Omdat soms een vakantieliefde langer duurt dan al je vrije dagen.
Zijn ogen waren als de muziek, opzwepend aanwezig en onlosmakend. Mijn nog bleke lijf bewoog op het stevige ritme en hier en daar kroop mijn korte rode jurkje omhoog. Ik glimlachte en keek ondeugend weg, terwijl ik mijn handen richting hem een weg liet banen. Het was nog vroeg in de avond, maar zoals gewoonlijk dronk ik in sipjes mijn witte martini met ijs. De barman was knap, zo met zijn speelse gezicht en hoewel ik zachtjes de neiging onderdrukte zijn te strakke shirt van zijn heerlijke blokjesbuik te scheuren, was hij te glad. Onverstoorbaar knarste ik het laatste ijsklontje in stukken en vergaf hem zijn praatjes – ik trok hem de vloer op. Lachend en nee schuddend keek hij me aan, maar eigenwijs als ik was, wist ik dat hij dit duel zou verliezen. Met grote Bambi-ogen en een opgezet pruillipje, liet ik mijn handen door zijn zweterige haar gaan. Ik won en al snel ondersteunden zijn mannenarmen mijn heupbewegingen.
In Cuba zijn clubs zoals deze Havanna er in veelvoud. Ze ademen verhalen van strijders zoals Ché en onderdrukking schuilt in vrolijke blikken van de mensen hier. Dansen is hun vrijheid, net zoals het dat altijd geweest is voor mij. Wanneer zij dansen, wanneer ik dans, is er niets meer dan dat moment, dan die muziek en dan die zorgeloze bewegingen. Mijn ogen sluit ik en ik kan de bassen in de nummers haast proeven; langzaam, snel, zachter, harder. Het is als het leven, veranderlijk met pieken, dan weer dalen. Traag ontwaak ik en zie de felle lichten in mijn ooghoeken dichterbij komen.
Ik haat laatste avonden. Het voelt zo gedwongen om een plaats te verlaten die je helemaal niet wil verlaten. Die achtentwintig dagen hebben me nooit meer losgelaten. Het was niet het warme zand of het vettige eten. Nee, het was de doorzetting, de kracht, de moed en de geschiedenis die hij met zich mee droeg.
En nu ik zo in mijn zoons opzwepend aanwezige en onlosmakende ogen kijk, voel ik Cuba weer en hém.

Geen opmerkingen:
Een reactie posten